Kantonrechter: actief of juist niet?

16 augustus 2022

Veel mensen denken dat een rechter tijdens een rechtszaak actief op zoek gaat naar de waarheid. Een begrijpelijke gedachte. Dat is in het civiele recht (dus wanneer twee partijen met elkaar bijv. een handelsgeschil hebben) niet het geval.

Lijdelijke rechter

In het civiele recht is de rechter ‘lijdelijk’. Dat geldt ook voor de kantonrechter die bevoegd is om te oordelen over geldvorderingen tot €25.000 en o.a. alle huur- en arbeidszaken. Deze procedures worden door ons kantoor regelmatig gevoerd. Dat betekent concreet dat deze kantonrechter alleen beslist op de geschilpunten die de partijen zelf naar voren brengen en een afwachtende houding aanneemt. In het strafproces is de rechter daarentegen leidend; de strafrechter onderzoekt de zaak die aan hem wordt voorgelegd en is veel actiever dan de civiele rechter.

Bewijsmateriaal

Die lijdelijkheid van de burgerlijke rechter geldt ook voor onderzoek van het bewijsmateriaal. Dat is belangrijk om te weten hoe je moet procederen en hoe je de bewijzen aanlevert.

Verwijzing naar hyperlinks onvoldoende

Dat blijkt wel uit onderstaande zaak van Yunling, een Chinees electronicaconcern die een Nederlandse partij had gedagvaard. Verwijzing naar hyperlinks vond de rechter niet acceptabel.

Yunling had ter onderbouwing van haar stellingen verwezen naar hyperlinks van een online omgeving, o.a. Google Drive om de grondslag van de kosten te bewijzen.

Geen actieve rol

De kantonrechter stelt dat het niet aan haar is om zelf in die online omgeving op zoek te moeten gaan naar informatie die relevant kan zijn ter onderbouwing van de vorderingen van partijen.

Yunling is verplicht om de feiten en gronden ter onderbouwing van haar vordering volledig, concreet, gemotiveerd en naar waarheid aan te voeren. Yunling heeft met de hyperlinks haar vordering onvoldoende onderbouwd.

De kantonrechter wijst om deze reden de vordering van Yunling af en wordt als verliezende partij veroordeeld in de proceskosten.

Deskundigheid gemachtigde

M.i. had de gemachtigde van Yunling dit behoren te weten en Yunling moeten wijzen op het feit dat enkel, algemeen verwijzen naar hyperlinks in processtukken door de rechter niet wordt geaccepteerd. Dat bewijst ook dat het belangrijk is om je als eisende partij te laten vertegenwoordigen door een deskundige gemachtigde die ervaring heeft met procederen en zijn kennis up-to-date houdt.

Zie Rb Noord-Holland 20 juli 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:6302

#procederen #bewijsmateriaal #waarheidsvinding #kantonrechter

Welke betalingstermijn is redelijk? Wat zegt de wet? Een overzicht van alle betalingstermijnen: praktisch, helder en volledig up-to-date (2022).

8 juli 2022

 

Factuur2017

Moet ik deze factuur binnen 14 dagen betalen? En hoe zit het met de betaling voor dit pakketje? Mag ik hier 30 dagen mee wachten? Een week? Deze vragen zijn vast weleens door uw hoofd geschoten bij het ontvangen van facturen. Nog vaak krijgen wij veel vragen hoe het nu eigenlijk zit rondom betalingstermijnen en wanneer een debiteur te laat is met het betalen van een openstaande factuur. Hoog tijd om alles duidelijk kort en overzichtelijk op een rijtje te zetten, temeer omdat een aantal regels onlangs zijn gewijzigd.

Het is belangrijk om een overzicht te maken wat betreft de betalingstermijnen, omdat de wettelijke betalingstermijnen per categorie verschillen en consumenten en bedrijven vaak niet weten aan welke termijnen zij gebonden zijn.

Consumentenovereenkomsten

Een consumentenovereenkomst is een overeenkomst waarbij een consument voor privédoeleinden een dienst afneemt of een product koopt van een bedrijf. In dit blog laat ik de (uitgebreide) juridische definitie van een consumentenovereenkomst buiten beschouwing.

Bij de consumentenovereenkomst wordt vaak een betalingstermijn van 14 dagen gehanteerd. Ondernemingen mogen de betalingstermijnen zelf bepalen, mits dit een redelijk termijn is voor de consument om tot betaling over te gaan. In de praktijk komt dit neer op een redelijke betalingstermijn van 14 dagen. Indien na 14 dagen de betaling uit is gebleven, dient de consument-schuldenaar kosteloos worden aangemaand. Aan het einde van het blog leg ik uit hoe er moet worden aangemaand.

Business – to – business overeenkomsten

Een overeenkomst gesloten tussen twee bedrijven (b2b) kent een aparte betalingstermijn die sinds 2013 wettelijk is vastgelegd. De Wet Betalingstermijnen hanteert een redelijke termijn en deze bedraagt bij b2b overeenkomsten 30 dagen. De termijn van 30 dagen is de wettelijke betalingstermijn die van kracht is, wanneer er verder in de desbetreffende overeenkomst geen betalingstermijn is vastgelegd. De regeling uit de Wet Betalingstermijnen is geen dwingend recht. Dit betekent dat er in de overeenkomst ruimte is om een andere termijn overeen te komen van maximaal 60 dagen als dit voor geen van de partijen nadelig was.

Bescherming tegen grote bedrijven per 1 juli 2022

Met ingang van deze datum wordt de maximale betaaltermijn van het grootbedrijf aan het mkb teruggedrongen van 60 naar 30 dagen op straffe van nietigheid van een langere betalingstermijn. Artikel 6:119a lid 6 Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd in het voordeel van het mkb.

De maximale betaaltermijn van 30 dagen is goed nieuws voor het midden- en kleinbedrijf als zij schuldeiser zijn. Door de nieuwe betaaltermijn komen ondernemers minder snel in financiële problemen, doordat facturen pas heel laat betaald worden. De nieuwe wet biedt dus meer bescherming tegen grote ondernemingen die langere betalingstermijnen willen ‘opleggen’. Voor bestaande overeenkomsten zal een overgangstermijn van één jaar van toepassing zijn. Lopende overeenkomsten hoeven dus niet vóór 1 juli 2022 te worden aangepast en mogen dus nog een jaar uitwerken. Na dat overgangsjaar, per 1 juli 2023, moeten ook de lopende overeenkomsten in overeenstemming zijn gebracht aan deze wet.

Anoniem meldpunt late betalingen

Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) kunnen melding maken van te late betalingen. Dit kan volledig anoniem bij het tijdelijke Meldpunt Achterstallige Betalingen, dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in januari 2021 heeft opgezet. Dit meldpunt blijft langer geopend, ondernemers kunnen tot 26 januari 2023 hun melding doen.

Overeenkomsten met de overheid

Overeenkomsten met de overheid kennen dezelfde regeling als de business-to-business regeling. Betalingen tussen bedrijven en overheden kennen dus ook een redelijke betalingstermijn van 30 dagen. Verschil met de b2b-overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden die de Rijksoverheid hanteert. Op alle overeenkomsten gesloten tussen bedrijven en overheden, zijn de Algemene Rijksvoorwaarden van toepassing. De wettelijk vastgelegde Algemene Rijksvoorwaarden kennen bij het sluiten van overeenkomsten een betalingstermijn van 30 dagen. Afwijking is bij deze laatstgenoemde overeenkomsten vrijwel niet mogelijk.

Betalingstermijn op facturen?

Een veel voorkomend misverstand is dat vermelding van de betalingstermijn op de factuur rechtsgeldig zou zijn. Helaas is dat niet zo. Vermelding op de factuur van de vervaldag is wel duidelijk, maar kan juridisch helaas niet worden afgedwongen. De redenering is dat een betalingstermijn niet achteraf kan worden opgelegd. Het product is dan namelijk al geleverd of de dienst is al uitgevoerd. Dat is anders bij lopende handelsrelaties. Via de vorige (reeds betaalde) factuur wordt dan namelijk alsnog de betreffende betalingstermijn van kracht. Een probleem ontstaat als uw opdrachtgever in zijn voorwaarden een andere betalingstermijn hanteert (de zgn. “battle of forms”). U bent dan niet per definitie gebonden aan die voorwaarden, tenzij u hiermee uitdrukkelijk instemt.

**Tip: vermeld in het contract of offerte duidelijk uw betalingstermijn, zodat u zich daarop met succes kunt beroepen. Vermelding van uw betalingstermijn in algemene voorwaarden is het beste alternatief. Zorg ervoor dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en bij voorkeur uitdrukkelijk worden geaccepteerd. Ons kantoor stelt voor vaste, aantrekkelijke prijzen algemene voorwaarden op (inclusief het regelen van de betaalvoorwaarden).

Aanmaningen

Wanneer de overeengekomen betalingstermijn helder is, maar er vervolgens niet wordt betaald door de debiteur, geldt voor alle categorieën dat een kosteloze herinnering wordt gestuurd. Hierin geeft u de debiteur de kans om alsnog tot betaling over te gaan. Blijft ook na het versturen van een betalingsherinnering de betaling uit, kunt u een laatste aanmaning versturen. Combineer dat altijd met telefonische benadering. U zult merken dat dit het meest effectief is.

Veertiendagenbrief aan consumenten

Bij consumentenovereenkomsten dient deze zgn. “14-dagen brief” aan strenge juridische eisen te voldoen. De formulering daarvan luistert zeer nauw. De Hoge Raad heeft op 25 november 2016 (zaaknr. 16/02885) de volgende aandachtspunten meegegeven:

  1. een consument-schuldenaar moet daadwerkelijk 14 volle dagen de tijd krijgen om te betalen, gerekend vanaf de dag nadat de brief is ontvangen;
  2. schuldeisers moeten een correcte formulering hanteren, zodat duidelijk is wanneer de termijn van veertien dagen aanvangt;
  3. als binnen de veertiendagentermijn een deel van de factuur wordt betaald zijn de incassokosten slechts verschuldigd over het onbetaald gelaten deel van de factuur.

**Tip: maak gebruik van onze gratis aanmaningenservice, zodat u zeker weet dat uw brief aan de juiste vereisten voldoet.

De aanmaning kan het benodigde schrikeffect hebben op een debiteur, waarna deze alsnog de factuur betaalt. Na het versturen van een aanmaning met een aankondiging tot het nemen van incassomaatregelen, is het verstandig om de vordering per direct over te dragen. Wij starten de incasso dan binnen 12 uur op.

Heeft u vragen over dit blog? Neem dan gerust contact met ons op, wij helpen u graag verder!

E mulderij@mbjuristen.nl/ T 0341-844648

 

Uitsluiten aansprakelijkheid via bord

27 mei 2021

De meesten kennen ze wel: de bordjes met de tekst ”Iedere aansprakelijkheid uitgesloten”. Of teksten met soortgelijke strekking. In juridisch jargon heet dit: een ‘exoneratieclausule’. Exoneraties maken meestal ook deel uit van algemene leveringsvoorwaarden van bedrijven om hun risico op (gevolg)schade uit te sluiten. In dit blog bespreek ik de nieuwste rechtspraak over dit onderwerp en sluit af met een praktisch advies.

Ondernemers die denken dat ze na plaatsing van zo’n bord geen enkel risico lopen, komen bedrogen uit. In 2011 maakte de kantonrechter[1] korte metten met de bekende bordjes in garderobes, de ‘klassieke exoneratie’. De garderobe-overeenkomst wordt beschouwd als een ‘overeenkomst tot bewaarneming’. Door een jas niet terug te geven, is de onderneming deze overeenkomst niet nagekomen en -dus- schadeplichtig. Vaak zijn de financiële belangen veel groter en staan er vele duizenden euro’s op het spel. Of, nog erger, zijn er mensenlevens in het geding. Extra raadzaam om bezoekers van jouw terrein of pand volledig en zorgvuldig te wijzen op risico’s die zij daar kunnen lopen.

Exoneraties- algemeen

Wie goed om zich heen kijkt, ziet dit soort bordjes met exoneraties overal hangen, bij bedrijven, bij de ingang van bedrijfsterreinen, bij liften, bij evenemententerreinen en andere locaties die risicovol (kunnen) zijn. Afgelopen weekend zag ik er nog één toen ik met mijn kinderen een klimbos bezocht. De risico’s waren daar aanzienlijk, maar ik heb nergens voor hoeven tekenen. Dat is relevant. Daar sluit ik dit blog mee af.

Terreinborden met Warning

Complexer ligt het bij terreinborden met een zgn. “Warning”, bijvoorbeeld bij de ingang van terreinen waar specifiek gevaar dreigt en de bezoekers worden gewaarschuwd voor de risico’s, met uitsluiting van iedere aansprakelijkheid door de eigenaar van het terrein. Ook dit betreft een algemene voorwaarde in de vorm van een exoneratieclausule.

In 2014 oordeelde de Kantonrechter[2] nog dat een exoneratie op een terreinbord wel leidde tot uitsluiting van aansprakelijkheid van de onderneming. De tekst op dat bord luidde -voor zover relevant- als volgt: 

“[…] Men bevindt zich op bovengenoemde plaatsen met eventuele vervoermiddelen en/of goederen volledig op eigen risico. Voor schade en/of letsel, toegebracht aan personen, vervoermiddelen en goederen, hoe dan ook ontstaan, zijn H.T. Holland Terminals B.V. en Repaircon B.V. en voor deze vennootschap werkende personen niet aansprakelijk”.

Bijkomende omstandigheden

Eerder overwoog de Hoge Raad[3] al dat ‘bijkomende omstandigheden’ nodig zijn om tot een geldige uitsluiting van aansprakelijkheid te komen. De enkele waarschuwing op een bord is daarvoor onvoldoende. De bewijslast voor de ondernemer in dit verband is zwaar. Hij zal moeten bewijzen dat “het duidelijk moet zijn dat een waarschuwing op een bord zal leiden tot bepaald handelen of nalaten van bezoekers, waardoor gevaar wordt vermeden”. Het is niet eenvoudig om dit aan te tonen.

‘Warning’ in bezoekersfolder en controlevragen

De meest recente jurisprudentie hierover dateert van februari jl.[4] In die zaak was ook sprake van een terreinbord op een haventerrein met een Engelstalige ‘Warning’ met de volgende strekking: “Iedere aansprakelijkheid is uitgesloten, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid”. Na betreding van dit terrein door een schipper ontstond aanzienlijke schade aan zijn schip. De terreineigenaar weigerde vergoeding met een beroep op de exoneratieclausule op het terreinbord.

Het bijzondere in die zaak was dat deze exoneratie ook in de bezoekersfolder van het bedrijf was opgenomen en er controlevragen zijn doorlopen. De bezoeker werd dus op verschillende manieren gewaarschuwd voor de risico’s op het betreffende terrein.

Deze exoneratie werd echter niet rechtsgeldig beschouwd, omdat:

  1. De bezoeker niet-juridisch geschoold was. Opmerkelijk: het gebruik van Engelstalige juridische begrippen kan leiden tot extra misverstanden, aldus de rechter. Ook kon de bezoeker geen juridisch advies meer inwinnen op dat moment;
  2. De exoneratie was niet specifiek onder de aandacht gebracht. Zelfs het feit dat het terreinrisico op het bord werd verduidelijkt met voorbeelden, was in dit geval onvoldoende;
  3. De clausule was geschikt om op te roepen tot waakzaamheid, maar niet voor het uitsluiten van aansprakelijkheid als gevolg van onzorgvuldig handelen (in dit geval van de kraanmachinist).

Zelfs als de borden al goed leesbaar waren opgesteld, de folder is ontvangen én de vragen zijn doorlopen, dan nog mocht de terreineigenaar er niet op vertrouwen dat de bezoeker -dus- instemt met deze teksten. De bezoeker van het terrein hoefde de schade van ruim € 77.000,- niet te betalen.

Advies

Terreineigenaren die risico’s willen uitsluiten, doen er verstandig aan om derden (bezoekers) te laten tekenen voor een overduidelijk genoteerde exoneratie, voordat zij het terrein betreden. Daarbij moet volstrekt duidelijk zijn welke specifieke risico’s bezoekers eventueel kunnen lopen en welke gevaarscheppende werkzaamheden worden uitgevoerd.

Kortom, laat een bezoeker uitdrukkelijk instemmen met een ‘Warning’ op een bord bij de ingang van uw terrein, als de bezoeker specifieke risico’s loopt. Doet u dat niet, dan bestaat de kans dat deze voorwaarde wordt vernietigd en u hierop dus geen beroep kunt doen. Uiteraard blijft een bezoeker altijd verantwoordelijk voor eigen (bewust) risicovol gedrag en volstaat voor die gedragingen wel een waarschuwing. Beschrijf echter gedetailleerd de risico’s en de gevolgen van bepaald gedrag als ’tekenen’ niet mogelijk is.

Advies nodig over exoneratieclausules, al dan niet op terreinborden? Of over algemene voorwaarden in het algemeen? Neem gerust contact op.

[1] Ktr. Utrecht, 16 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0382

[2] Ktr. Rotterdam, 28 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4555

[3] HR 28 mei 2004, NJ 2005/105, ECLI:NL:HR:2004:AO4224

[4] Rechtbank Rotterdam, 24 februari 2021, nr. C/10/580842/HA ZA 19-776